Bij de fysiotherapeut: het verhaal van Ruud

Ruud:

“Op 12 januari werd ik op mijn scooter aangereden door een auto. Daarbij liep ik onder andere een breuk op aan mijn linkerduim, een zogenaamde Bennett-fractuur. In het ziekenhuis werd deze gezet en vervolgens moest mijn duim in het gips. Omdat de stand niet goed bleek, werd ik zes dagen later geopereerd, waarbij mijn duim met twee pinnen werd vastgezet (K-draden). Meteen voelde ik dat het beter zat en had ik nauwelijks pijn meer. Na vier weken mocht het gips eraf en werd ik doorverwezen naar de handtherapeuten bij het Paramedisch Expertisecentrum. Ik had me voorheen nooit gerealiseerd hoe beperkend het is als je je duim niet kunt gebruiken… in het begin voelde ik me bijna letterlijk “onthand”.

Fysiotherapeut Loek Peters heeft me begeleid met oefeningen en het opbouwen van beweeglijkheid en kracht in mijn duim. Omdat ik voor mijn werk in een magazijn de hele dag voorwerpen van verschillend gewicht moet pakken, was ik bang dat ik mijn duim zou forceren. Daarom maakte de ergotherapeut, Tom Cranen, een spalk voor me die mijn duim beschermde. Die ben ik zo’n zeven weken na de operatie gaan afbouwen en inmiddels kan ik mijn duim weer volledig gebruiken. De begeleiding door gespecialiseerde handtherapeuten gaf me veel vertrouwen in een goed herstel.”

Fysiotherapeut Loek Peters:

 “Een Bennett-fractuur is een intra-articulaire luxatiefractuur van het basisgewricht van de duim. Vaak  ontstaat die door een val op de duimtop of een val of stoot met de duim in de hand. Door de trekkracht van de m. abductor pollicis longus wordt het metacarpale 1 uit positie getrokken, waardoor deze fractuur in het algemeen na repositie met interne fixatie gestabiliseerd moet worden.

Om de diagnose te kunnen stellen wordt goede röntgendiagnostiek door middel van Bett’s view en eventueel een CT-scan aangeraden. Meestal wordt er gekozen voor open repositie en fixatie door middel van K-draden, waardoor immobilisatie van minimale duur is en er vroeg kan worden gestart met oefenen. Behandeling van de Bennett-fractuur is erop gericht een optimale gewrichtscongruentie en goede stabiliteit te bewerkstelligen. Het CMC I-gewricht is in zijn vorm een zadelgewricht, waardoor het een stabiele beweging mogelijk maakt in twee richtingen. Zodat we de duim tegenover de vingers kunnen plaatsen.

Toen bij Ruud de K-draden na vier weken waren verwijderd, konden we beginnen met oefenen. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van een op de hand gemaakte spalk om het CMC 1-gewricht uitwendig te stabiliseren. We hebben aanvankelijk geoefend op het herstellen van de mobiliteit van de pols, het CMC I- en het IP-gewricht. Zes weken na de operatie zijn we stapsgewijs begonnen met het versterken van de musculatuur rondom het CMC I-gewricht. Met hulpmiddelen als elastiek, Theraputty en voorwerpen van diverse breedtes en gewicht, probeerden we zo veel mogelijk de belasting in de dagelijkse praktijk te benaderen.

Ruud was enorm gemotiveerd en heeft consequent geoefend met een prima herstelde duimfunctie als resultaat. Zijn werkzaamheden in het magazijn kan hij inmiddels weer volledig uitvoeren.”

Meer weten over de aanpak? Neem contact op met Loek Peters (loek@pece-zorg.nl).
Foto: Wiep van Apeldoorn